“Denk je dat dit zo is?”
Ik krijg die vraag regelmatig tijdens een behandeling.
Mijn antwoord is zelden wat men verwacht:
“Nee. Ik denk het niet. Ik weet het.”
Dat schuurt soms.
Want in onze wereld hoort een therapeut te redeneren. Te analyseren. Te onderbouwen.
Maar laat me eerlijk zijn:
Tijdens een behandeling is denken vaak te traag.
Het lichaam wacht niet op je analyse. Het systeem reageert al.
En precies daar ontstaat iets wat moeilijk te benoemen is maar onmogelijk te negeren:
een vorm van weten die er plots is.
Niet bedacht. Niet opgebouwd. Maar gezien.
Wie ooit met paarden werkt, kent dit.
Paarden denken niet in schema’s.
Ze volgen geen protocol.
Ze twijfelen niet.
Ze weten.
Ze voelen spanning nog vóór jij ze benoemt. Ze reageren op intentie nog vóór jij ze begrijpt.
En als je als therapeut echt aanwezig bent,
gebeurt er iets confronterends:
👉 je merkt dat jouw denken vaak achterloopt op wat je al wist.
Baruch Spinoza noemde dit “intuïtief weten” een directe vorm van inzicht, voorbij redenering.
Niet zweverig. Niet mystiek.
Maar scherp. Onmiddellijk. En vaak…ongemakkelijk precies omdat het zo helder is.
Misschien is dat de echte spanning in ons vak:
Dat we opgeleid zijn om te denken, maar op ons best functioneren wanneer we zien.
Niet iedereen voelt zich daar comfortabel bij.
Want als je weet kan je je er niet meer achter verschuilen.
En misschien is dat exact waar de volgende stap ligt:
Niet in betere technieken. Maar in het durven vertrouwen van wat je al lang waarneemt.
Zelfs als je het nog niet volledig kan uitleggen.
