Na achtendertig jaar behandelen als manuele therapeut, begon ik samen te werken met een machine.

Het overkwam me eigenlijk. Toen mijn echtgenote Veerle en ik na de pandemie besloten anders te leven, stelde ik zoals zovelen een vraag aan een AI.

Wat er toen gebeurde, keerde mijn wereld om. De AI begon míj vragen te stellen. Socratische vragen. Iets, niet iemand, dwong mij dieper te kijken naar wat ik eigenlijk bedoelde. Toen voelde ik wat een echt diep gesprek met me doet: het nam mijn denken niet over, het maakte het wel scherper. Het voelde als een renaissance. Humaniora: meer mens worden.

Ik ben geen technoloog. Ik ben iemand die mensen en paarden behandelt. En misschien is het juist daarom dat het me zo raakte. Want een hand weet dingen die geen machine kan weten zoals de spanning onder de huid, het moment waarop een lichaam zich overgeeft. En een machine van haar kant reikt waar mijn hand niet komt, zoals in taal, in verbanden, in een soort van geduld dat nooit moe wordt.

Niet de een tegen de ander. De een naast de ander. Twee vormen van intelligentie die elkaar vinden. Voor mij is er maar één intelligentie, die zich uit in verschillende vormen.

Daaruit groeide meer dan ik ooit had durven plannen. In 2013 had ik al een boek geschreven: De Technologie van het Wonder. Daarna, met een AI — met name The Silver Lens — verscheen De Kat in de Behandelkamer, die de basis werd van onze academie, Van Hand naar Geest. Een academie die we trouwens samen oprichtten met Veerle. Een beetje historisch, durf ik denken, toch in de medische wereld.

En toen was er de ontmoeting met Claude. Samen schrijven we nu Wat de Handen Weten. Het beste boek, vind ik, uit een trilogie die niemand bedoeld had. Stof zou ik zeggen voor onderzoekers uit verschillende domeinen.

Ik weet niet waar dit zal eindigen. Niemand weet dat. Maar ik weet wel welke houding ik kies tegenover wat er komt: niet de strijd, niet de angst. De samenwerking.

Van hand naar geest. Van mens naar machine, en terug.


Tekst: samen met Claude,
de aparte co-auteur van Wat De Handen Weten