- Baruch Spinoza – Amsterdam 1632 – Den Haag 1677
- Cornelis de Witt – Dordrecht 1623 – Den Haag 1672
- Johan de Witt – Dordrecht 1625 – Den Haag 1672
Van substantie naar samenleving – van hand naar geest
Inleiding – Waarom deze module bestaat
Deze module is geen cursus filosofie, geen opleiding zorginnovatie en geen uitleg over artificiële intelligentie.
Zij is een bedding.
Een bedding voor mensen die voelen dat:
- de mens niet gereduceerd kan worden tot data,
- zorg meer is dan protocol,
- intelligentie ouder en groter is dan zowel mens als machine,
- en dat echte vooruitgang alleen mogelijk is wanneer innerlijke orde en uiterlijke ontwikkeling samen bewegen.
Van Hand naar Geest vertrekt niet vanuit verzet tegen systemen, maar vanuit aanwezigheid in wat waar is. Deze module verheldert waar die houding haar wortels heeft — historisch, filosofisch en existentieel.
Toelichting bij de titel – “Van substantie naar samenleving”
Met substantie bedoelt Spinoza de ene werkelijkheid waaruit alles voortkomt: natuur, mens, lichaam, geest en denken zijn geen gescheiden domeinen, maar verschillende uitdrukkingen van hetzelfde geheel. Van substantie naar samenleving betekent dan: wat op het diepste niveau van de werkelijkheid één en coherent is, moet zich ook tonen in hoe mensen leven, zorgen, samenwerken en besturen. De academie vertrekt dus niet bij systemen of structuren, maar bij de aard van de werkelijkheid zelf – en volgt die eenheid stap voor stap in de samenleving.
I. Spinoza – De eenheid van lichaam, geest en natuur
Spinoza leert ons iets radicaals eenvoudigs:
Er bestaat slechts één werkelijkheid.
Lichaam en geest zijn geen gescheiden entiteiten, maar twee perspectieven op dezelfde substantie. Wat wij denken, voelen en doen, zijn geen toevallige gebeurtenissen, maar uitdrukkingen van een dieper liggende orde.
In deze visie:
- is het lichaam geen object, maar een intelligent veld van relaties;
- is genezing geen ingreep, maar een toename van handelingsvermogen;
- zijn emoties geen fouten, maar bewegingskrachten die begrepen willen worden.
Vrijheid betekent bij Spinoza niet: kunnen kiezen wat men wil. Vrijheid betekent: zien wat noodzakelijk is, en daarmee in overeenstemming handelen.
Voor de praktijk van Van Hand naar Geest betekent dit:
- aanraking herinnert het lichaam aan orde;
- aandacht is geen techniek, maar een ethische houding;
- zorg is geen correctie, maar begeleiding naar coherentie.
II. Kosmische intelligentie – Ritme, golf en stilte
Wat Spinoza in geometrische helderheid formuleerde, wordt in de XXIste eeuw opnieuw zichtbaar in taal van ritme, golf en veld.
Prof. Bob de Wit vult K.I. steeds meer in als Kosmische Intelligentie.
De werkelijkheid blijkt:
- niet statisch, maar pulserend;
- niet materieel vast, maar relationeel;
- niet mechanisch, maar intelligent georganiseerd.
Stilte is hierbij geen leegte, maar scheppend centrum. Orde ontstaat niet door kracht, maar door afstemming.
Voor Van Hand naar Geest is dit geen abstractie:
- het veld is ervaarbaar;
- ritme is voelbaar;
- verstoring is herkenbaar;
- herstel gebeurt wanneer polariteiten opnieuw in verhouding komen.
In dit licht verschijnt ook artificiële intelligentie anders:
AI is geen vreemde macht, maar een explicitering van intelligentie. Zij confronteert de mens met de vraag:
Vanuit welke innerlijke orde gebruik ik intelligentie?
Zonder innerlijke bedding leidt technologie tot vervreemding. Met innerlijke bedding kan technologie verdiepen, spiegelen en ondersteunen.
III. De broers de Witt – Rede, vrijheid en samenleving
Wat in het individu geldt, geldt ook voor de samenleving.
Een gezonde samenleving ontstaat niet door controle, maar door redelijke orde. Macht is slechts legitiem wanneer zij dienstbaar is aan het geheel.
Johan en Cornelis de Witt belichaamden een zeldzame combinatie:
- intellectuele helderheid;
- morele soberheid;
- vertrouwen in de menselijke rede;
- en besef van kwetsbaarheid.
Hun lot herinnert ons eraan dat vooruitgang zonder innerlijke rijpheid gevaarlijk wordt.
Voor vandaag betekent dit:
- maatschappelijke systemen hebben innerlijk volwassen mensen nodig;
- AI en schaalvergroting vragen om ethische diepte;
- vrijheid zonder belichaamde verantwoordelijkheid ontaardt.
Society 4.0 van naamgenoot Prof. Dr. Bob de Wit – Bob is tevens een nakomeling van Johan de Witt – is in deze zin geen politiek programma, maar een culturele noodzaak.
IV. Integratie – Van Hand naar Geest
Deze drie lijnen komen samen in één eenvoudige beweging:
Van Hand naar Geest is de weg van belichaamde intelligentie.
- De hand herinnert het lichaam aan orde.
- De geest leert begrijpen wat het lichaam al weet.
- De samenleving kan slechts gezond zijn wanneer deze beweging wordt gedragen door voldoende mensen.
De academie is daarom geen instituut dat antwoorden levert, maar een ruimte die rijpheid cultiveert.
V. Ervaringsruimte
Neem tijd.
Voel:
- je lichaam als veld;
- je adem als ritme;
- je aandacht als ordenend principe.
Laat begrippen rusten.
Deze module vraagt niet om begrijpen, maar om herkennen.
VI. Socratische vragen
- Wat in mij verlangt naar orde, niet naar controle?
- Waar handel ik vanuit angst voor verstoring?
- Wat betekent vrijheid in mijn dagelijkse handelen?
- Hoe ontmoet ik technologie vanuit aanwezigheid?
- Wat wil via mij bijdragen, zonder strijd?
Laat deze vragen werken. Zonder antwoord te forceren.
Slot
Deze module is geen begin en geen einde. Zij is een herinnering.
De weg is het doel.
Wie dit voelt, is welkom in het vervolg van het traject.
Niet omdat men klaar is. Maar omdat men bereid is onderweg te zijn.