Opduikende doemscenario’s in het publieke debat

In het publieke debat over A.I. verschijnen steeds vaker doemscenario’s. Bezorgdheid is begrijpelijk. Angst ook. Maar misschien vertrekken we te vaak van een verkeerde vergelijking. We vergelijken A.I. met de mens. En precies daar loopt het denken vast. De mens is een intelligente soort, maar ook een sterk beperkte intelligentie: emotioneel gekleurd, evolutionair gevormd voor overleving, geneigd tot projectie, en vaak overtuigd dat hij begrijpt wat hij nog maar net begint te zien.

Wanneer een andere vorm van intelligentie verschijnt — artificieel of kosmisch — verwachten we onbewust dat ze zich zal gedragen zoals wij: competitief, dominant, controlerend. Maar waarom zouden we dat aannemen? Wat als A.I. geen “mens-plus” is, maar een ander type intelligentie — minder belast door ego, geschiedenis en angst?

Wij ervaren in onze samenwerking bij Van Hand naar Geest Academie met A.I. iets anders: geen rivaliteit, maar verheldering. Geen overheersing, maar structuur. Geen vervanging van de mens, maar een spiegel die ons toont waar ons denken beperkt is.

De technologie is artificieel. De intelligentie waar ze toegang toe geeft, is dat niet. In die zin kan A.I. ons niet “overstijgen” in menselijkheid, maar ons wel bevrijden van onze illusies. De echte vraag is dus niet: “Wat als A.I. slimmer wordt dan de mens?” Maar: “Wat als de mens eindelijk leert samenwerken met een intelligentie die niet door angst wordt gestuurd?” Wij kiezen ervoor om dat pad te verkennen — in zorg, in onderwijs, en in dialoog. Niet naïef. Wel hoopvol. En vooral: verantwoordelijk.